Archief | maart, 2012

Moderne Griekse vazen

21 Mrt

Een tweede opdracht rond de Olympische Spelen was het ontwerpen van een moderne Griekse vaas. Samen met de klas besprak ik de typische beeldkenmerken en de verschillen van rood- en zwartfigurige vazen: sierranden, silhouetten, ritme en herhaling in de patronen. Hierna kregen de leerlingen een blad met vaasvormen, patronen en silhouetten van moderne sporters. Ze kozen hieruit 1 vaasvorm en tekenden die (half) op een dubbelgevouwen bruin papier. Dat werd uitgeknipt zodat een perfect symmetrische vaasvorm onstaat. Op de vaas moesten ze minstens 4 boorden of sierranden tekenen, op basis van het voorbeeldblad of eigen patronen. Door telkens hetzelfde motiefje te herhalen onstaat een ritmisch patroon. De boorden moesten verdeeld worden over de vaas. Hiertussen moesten minstens 3 silhouetten van moderne sporters komen. Voor deze opdracht werkten we met alcoholstift. Om de vaas een bol effect te geven kleurden we de randen met houtskool.

Vredesposter Lions

15 Mrt

Mijn directeur kwam met de vraag om mee te werken aan een wedstrijd van de Lionsclub. Zij organiseren jaarlijks een tekenwedstrijd voor 11-13 jarigen rond het thema “vrede”.  Een superidee, alleen kwam hij nogal laat met de vraag en hadden we maar 2 weken om het rond te krijgen. Toch is het gelukt en er zitten pareltjes tussen!  Het thema was “Imagine peace”. De jongeren kregen de vraag om op een creatieve wijze na te denken over hoe zij de vrede in de wereld aanvoelen. Ze moesten zichzelf inleven in de rol van Schepper en een vredevolle en verdraagzame wereld creeëren, waar volwassenen ideeën kunnen uit plukken om de wereld te verbeteren. Toen ze hoorden dat er prijzen te rapen vielen, was het enthousiasme natuurlijk groot 🙂

Omdat er zoveel knappe posters tussen zaten, laat ik ze maar allemaal zien.

Tekendictee naar Corneille

15 Mrt

Met 1B werkte ik een lesje rond Corneille en de Cobra. We bespraken vooraf heel wat voorbeelden en typische stijlkenmerken van Corneilles werk. De leerlingen konden de veel voorkomende onderwerpen (kat, vogel, bloem, gezicht) op een werkblad oefenen in de Cobrastijl. Daarna volgde het dictee waarbij ik een schilderij van Corneille “voorlas” of gedetailleerd beschreef. Na het dictee kregen ze het werk te zien en konden ze vergelijken. Het was niet de bedoeling dat het een kopie zou zijn, maar eerder een eigen interpretatie. De tekeningen werden vergroot op A1, wat het wel eens leuk maakt voor de leerlingen om op groot formaat te werken.  Ik liet de 4 randen vasttapen op de tafel, zodat we achteraf een ordelijke witte boord kregen. De werkjes zijn geschilderd met acrylverf, in primaire en secundaire kleuren. Zwart en wit mochten enkel gebruikt worden om te verlichten en verdonkeren.

Vliegtuig in schietschijf

12 Mrt

Deze opdracht deed ik met 2 B. Ze is deels gebaseerd op de schietschijven van Jasper Johns en de “numbers” van Robert Indiana. De achtergrond bestaat uit een cirkelconstructie van minstens 4 cirkels. De cirkels worden uitgewerkt met viltstiften, in kleur-tegen kleurcontrast. Daarin komt het vooraanzicht van een vliegtuig. Voor de vliegtuigjes liet ik werken naar kopies. Ze werden uitgewerkt in zwart-wit, om een contrast te krijgen met de kleurige achtergrond. In de ene klas kleurden de leerlingen ook de achtergrond  van de schietschijf zwart, wat de kleuren altijd sterker doet uitkomen.

Portret klastitularis

7 Mrt

Elk jaar opnieuw worden de titularissen van 2 B het “slachtoffer” van een groepswerk waarbij er “iets leuks” met hun portret gedaan wordt. De leerlingen vinden dit natuurlijk supercool. De vorige jaren werkten we met bic art en ook al rond speelkaarten. Dit keer hielden we het iets soberder. Het thema was “Pop art”, intussen ook al wel een klassieker. Iedere leerling kreeg 2 A5 portretjes en een kaartje met daarop een materiaal en techniek. De portretjes moesten uitgewerkt worden in de techniek op het kaartje (bic art, fluostift, zwart-wit, …). Ik had de foto’s transparant gekopieerd zodat de leerlingen makkelijk op de kopie zelf konden werken. Zo bleef de herkenning het grootst. In de andere klas liet ik slechts 2 technieken gebruiken: gestileerd kleur-tegen kleurcontrast en pointillisme. Benieuwd wat de titularissen in kwestie ervan vinden!

Schedels naar waarneming

6 Mrt

In 2B liet ik de leerlingen schedels tekenen naar (documentaire) waarneming. We gebruikten hiervoor een A4 fotokopie en werkten op een A4 tekenblad. De schedel moest getekend worden op ware grootte, de afmetingen konden dus makkelijk worden overgezet met de lat. Sommige leerlingen werkten op wit papier, anderen op zwart. Op zwart papier werken vinden ze wel eens “speciaal” en het geeft ook een tof effect. Hoewel ze het “omgekeerd” werken toch niet zo makkelijk vonden, op zwart papier zijn de schaduwen immers al bepaald en moeten enkel de lichte delen weergegeven worden.

Op art kubus

3 Mrt

Met de leerlingen van 1 IW maakte ik een ontvouwing van een kubus. Gezien hun sterke wiskundige kennis was dit een makkie voor hen. In de vlakken moesten ze een Op art motief tekenen dat eventueel ritmisch herhaald werd over de 6 vlakken heen. Het patroon werd uitgewerkt in zwart-wit, wat het sterkste (optisch) effect geeft. (Vorig jaar deed ik deze opdracht ook al eens met complementaire kleuren.) Daarna werd de kubus uitgesneden, de vouwlijnen geritst met een schaar en de kubus aan elkaar gekleefd. Dat geeft deze resultaten: